Monumentaal stationsgebouw Vught krijgt nieuwe plek
Vorige week is het monumentale stationsgebouw van Vught 13,6 meter naar het oosten verplaatst. Het stationsgebouw weegt ongeveer 700.000 kg. Er zijn 27 zogenoemde hefvijzels gebruikt om het gebouw op te tillen en vervolgens te verschuiven. Door de verplaatsing ontstaat ruimte om het spoor verdiept aan te leggen als onderdeel van de werkzaamheden die ProRail op dit moment uitvoert rondom Vught. De bijzondere operatie is een belangrijke mijlpaal in de werkzaamheden die ProRail uitvoert aan het spoor in Vught. Het monumentale stationsgebouw uit 1868 inclusief de kelders blijft behouden en krijgt uiteindelijk na ruim 150 jaar een centrale plek in het nieuwe stationsgebied.
De voorbereiding van de verplaatsing is zorgvuldig uitgevoerd door het bedrijf Bresser, een specialist in het horizontaal en verticaal verplaatsen van monumentale gebouwen, woningen en zware objecten. Het gebouw is vrij gegraven en 80 centimeter opgetild, waarna de monumentale vloer tijdelijk is verwijderd en tot onder de fundering is gegraven. Onder het pand zijn acht zogenoemde rolbanen geplaatst die het stationsgebouw naar zijn nieuwe locatie brengen.
Het stationsgebouw werd in 1868 gebouwd als halte aan de spoorlijn tussen Utrecht en Boxtel. Ingenieur G. van Diesen gaf het standaardontwerp een ruimere uitvoering, passend bij het welvarende dorp en de vele bezoekers die vooral in de zomer werden verwacht. De langgerekte, symmetrische vorm, het hogere middendeel en de twee lagere zijvleugels zijn nog altijd herkenbaar. Sinds 1976 is het gebouw een rijksmonument. Het is bovendien het laatste overgebleven voorbeeld van dit type stationsgebouw in Nederland.
De voorbereiding van de verplaatsing is zorgvuldig uitgevoerd door het bedrijf Bresser, een specialist in het horizontaal en verticaal verplaatsen van monumentale gebouwen, woningen en zware objecten. Het gebouw is vrij gegraven en 80 centimeter opgetild, waarna de monumentale vloer tijdelijk is verwijderd en tot onder de fundering is gegraven. Onder het pand zijn acht zogenoemde rolbanen geplaatst die het stationsgebouw naar zijn nieuwe locatie brengen.
Het stationsgebouw werd in 1868 gebouwd als halte aan de spoorlijn tussen Utrecht en Boxtel. Ingenieur G. van Diesen gaf het standaardontwerp een ruimere uitvoering, passend bij het welvarende dorp en de vele bezoekers die vooral in de zomer werden verwacht. De langgerekte, symmetrische vorm, het hogere middendeel en de twee lagere zijvleugels zijn nog altijd herkenbaar. Sinds 1976 is het gebouw een rijksmonument. Het is bovendien het laatste overgebleven voorbeeld van dit type stationsgebouw in Nederland.

Geen opmerkingen: